Organisatie

Conceptbod RES

Variant A Variant B Variant C

Variant B - Evenredige kust en schone Veluwe


Deze variant houdt, net als de eerste variant, het bos- en heiderijke deel van de Veluwe vrij van windturbines en zonnevelden. Deze variant zet in op realisatie van zonnevelden en windturbines langs de randmeerzone. Zo wordt het bos- en heiderijke deel van de Noord-Veluwe ontzien, terwijl er wél veel energie wordt opgewekt in vrijwel alle gemeenten. De duurzame elektriciteitsopwekking wordt evenredig verdeeld tussen de gemeenten. Opbrengsten uit zonnevelden kunnen bijvoorbeeld worden ingezet als middel om asbestdaken te saneren en als koppelkans in de transitie van de landbouw en de intensieve veehouderij.

Verder zet deze variant in op het herstellen van kleinschalige landschappen, door voor elke hectare zonneveld ook landschapselementen (bijvoorbeeld singels en houtwallen) te herstellen of extra te realiseren. In deze variant onderzoeken we de mogelijkheid om de energietransitie te koppelen aan de landbouwtransitie zonder het weidevogelgebied aan te tasten. In de polder Oosterwolde zien we kansen om met een integrale gebiedsaanpak een aantal actuele gebiedsopgaven aan elkaar te koppelen:
• Beperken van bodemdaling en veenoxidatie
• Landbouwtransitie
• Energietransitie

Polder Oosterwolde
De RES richt zich primair op duurzame elektriciteitsopwekking, maar biedt tevens mogelijkheden om gebiedsopgaven te combineren. De aanleiding ligt onder meer bij bodemdaling, die op termijn én sterk situationeel, agrarisch grondgebruik langzaam maar zeker onder druk kan zetten.

Bodemdaling ziet er vanuit het perspectief van klimaatadaptatie anders uit dan vanuit de agrarische bril. Bodemdaling maakt dat het land op bepaalde plaatsen natter wordt. Daardoor wordt CO2-uitstoot als gevolg van veenoxidatie kleiner. Hoewel het geen doel is van de RES – die gaat immers alleen over CO2-reductie door energieverbruik - draagt deze CO2-reductie wel bij om de totale CO2-uitstoot van de regio te verlagen. Ook geldt dat, wanneer de bodem door bodemdaling natter wordt, de kwaliteit van leefomgeving van sommige weidevogels, zoals de grutto, kan verbeteren en productieomstandigheden afnemen.

De polder Oosterwolde bevat een waardevol weidevogelgebied. Het effect van het opwekken van duurzame elektriciteit op het weidevogelgebied moet nader onderzocht worden. Zonne- en windprojecten in de polder (bij voorkeur buiten het weidevogelgebied) kunnen zorgen voor andere inkomsten waardoor zij mogelijkerwijs een (deel van de) oplossing kunnen zijn voor andere vraagstukken. Dit vraagt om een zorgvuldig proces met de bewoners, bedrijven en belangenorganisaties waarin gezocht wordt naar nieuwe combinaties van grondgebruik.



Kansen

  • Lokaal eigenaarschap is mogelijk, ook wanneer er, zoals in deze variant, clusters van windturbines zijn benoemd.
  • Windturbines staan geconcentreerd in de meest windrijke gebieden van de regio.
  • Uitbreiding van bestaande wind– en zonnelocaties.
  • De opwekking met windturbines en zonnevelden is in deze variant in balans. Dit is beter voor de benutting van de netinfrastructuur.
  • De variant zet in op koppelkansen:
  1. Bevorderen van landschapsherstel en perspectief voor de landbouwtransitie, met als doel een fraaiere leefomgeving met meer groen;
  2. Het koppelen van de energietransitie met de landbouwtransitie. Het beperken van de bodemdaling in het veenweidegebied, waardoor veenoxidatie en CO2-uitstoot verminderen;
  3. Denk aan meer extensieve landbouw (kringlooplandbouw) en natuurontwikkeling, aansluitend bij het aanpakken van de stikstofopgave.
  • Het realiseren van windturbines is in deze variant verdeeld over het hele gebied in een aantal lijnopstellingen langs het Randmeer. Hierdoor dragen de gemeenten allemaal bij aan grootschalige elektriciteitsopwekking. De verdeling van (met name) windenergie in deze variant maakt het ook mogelijk dat opbrengsten terugvloeien naar de lokale gemeenschap.

Belemmeringen

  • In deze variant staan recreatieve waarden en natuurwaarden van de Randmeerzone onder druk (denk aan weidevogels, ganzen en watervogels). Natuurorganisaties zijn daarom kritisch over deze variant en hebben hun zorgen geuit in het RES-proces, specifiek ten aanzien van de polder Oosterwolde. Ook vanuit vergunbaarheid van de windturbines hangen er voorwaarden aan de exacte locaties. Zoekgebieden liggen daarom niet direct aan de Randmeerkust, maar verder landinwaarts. Daarmee komt de situering van de zoekgebieden, met uitzondering van het zoekgebied in de polder Oosterwolde, overeen met de zoekgebieden uit het rapport ‘A28 als energieroute’ (Altenburg en Wymenga - juli 2019).
  • In het veenweidegebied ligt een succesvol weidevogelgebied, waardoor het vergunnen van zonne- en windprojecten in de nabijheid zeer lastig is.
  • Natura-2000 bij de Randmeren maakt realisatie op deze grote schaal lastig. Kleinschalige realisatie van zonne-energie maakt inpassing eenvoudiger. Dit moet nader onderzocht worden na de concept-RES.
  • Landschappelijk hebben vooral de windturbines op deze schaal forse impact op het open landschap. Tegelijkertijd wordt de gekozen opstelling gezien als logisch vanwege de windturbines die aan de overkant van het Randmeer staan.
  • In het veenweidegebied kan lokaal de voortgaande bodemdaling en daarmee gepaard gaande CO2-uitstoot het agrarisch grondgebruik onder druk zetten. De regio wil met de gebiedspartijen onderzoeken op welke wijze deze veranderingen gekoppeld kunnen aan de energietransitie met behoud van de kwaliteit van dit gebied.

Benodigde beleidsinspanning

  • De locaties van de windturbines bij de Randmeerzone moeten elk apart zorgvuldig worden gekozen in relatie tot aanwezige natuurwaarden van weidevogelgebied, ganzenrustgebied en Natura-2000. Dit vraagt om een gedegen voorverkenning en een brede integrale afweging van nadelen en voordelen van nieuwe natte veennatuur. De mogelijkheden worden met het gebied verkend.
  • Eigenaren van daken (stallen, bedrijven) en bedrijfsterreinen moeten worden gestimuleerd (subsidie, projecten) en geprikkeld (voorschriften, bouwbesluit) tot investeren in zonne-energie. Daarbij kan de sanering van asbest betrokken zijn. Ook moet er een logische tariefstelling / prijsopbouw zijn voor zowel grote als kleine bedrijven zodat zelf energie opwekken voor elk bedrijf rendabel is.
  • Om tot een weloverwogen beslissing te komen om in het veenweidegebied zonne- en windenergie te combineren met de landbouwtransitie en met het beperken van de bodemdaling en van de CO2-uitstoot, is een gedegen gebiedsontwikkelingsproces met alle relevante stakeholders nodig. Dit vanwege de verschillende belangen en kansen die een rol spelen in het gebied.