Organisatie

Conceptbod RES

Variant A Variant B Variant C

Variant A - Bestaande initiatieven en transformatie


Deze variant richt zich op locaties waar al projecten in ontwikkeling zijn en op locaties die (na het benutten van de daken) hoog op de Zonnewijzer van het Gelders Energie Akkoord (GEA, augustus 2019) staan. Dit betekent het inzetten van meer laagwaardige gronden en het ontzien van natuurgebieden. Landbouwgrond wordt in deze variant zo veel mogelijk gespaard.

Het opwekken van windenergie beperkt zich in deze variant tot drie zoekgebieden voor windclusters, namelijk bij Lorentz, Hattemerbroek en langs de Nuldernauwkust. Deze locaties sluiten aan bij huidige initiatieven en veelgenoemde kansrijke locaties. Zeven windturbines worden momenteel ontwikkeld bij knooppunt Hattemerbroek (vier turbines, gemeente Oldebroek) en bij Lorentz (drie turbines, gemeente Harderwijk). In deze variant gaat het bij zoekgebied Hattemerbroek om een lijnopstelling parallel aan de al geplande opstelling van vier turbines. Bij het zoekgebied Nuldernauwkust is uitgegaan van een lijnopstelling langs de A28. Bij Lorentz gaat het om twee extra turbines op of nabij het bedrijfsterrein.

De zonnevelden zijn geconcentreerd op bedrijfsterreinen, parkeerplaatsen, zandwinplassen, vuilstorten en daken van bedrijven en stallen en op defensieterrein. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat er locaties beschikbaar komen in het agrarisch gebied door de versnelde transitie in de landbouw als gevolg van de stikstofproblematiek. Op deze locaties kunnen kansen ontstaan voor de kleinschalige en versnipperde inzet van zonnevelden. Hiervoor wordt een link gelegd met het stikstofdossier op nationaal en provinciaal niveau.



Kansen

  • Lokaal eigenaarschap is mogelijk, ook wanneer er, zoals in deze variant, clusters van windturbines zijn benoemd.
  • Het is een kansrijke en haalbare variant die aansluit bij bestaande initiatieven.
  • Deze variant heeft een beperkte ruimtelijke impact. Centraal staat het benutten van de potentie van daken, parkeerplaatsen en bedrijfsterreinen voor zonne-energie.
  • De natuurgebieden en oude Zuiderzeepolders worden zo veel mogelijk ontzien wat betreft windturbines.
  • De combinatie van windturbines en zonnevelden bij Harderwijk en Hattemerbroek is gunstig voor de netinfrastructuur. Met name wanneer dit dicht bij de energievraag is, zoals bij bedrijventerrein Lorentz.
  • Deze variant biedt een koppelkans voor de landbouwtransitie in de vorm van zonnevelden op eventueel vrijkomende locaties, waarbij er een mogelijke koppelkans met landschapsherstel is.

Belemmeringen

  • Het realiseren van zonnevelden is in deze variant versnipperd en kleinschalig per project. Dat betekent dat de businesscase voor zonnevelden groter dan circa 2 hectare moeilijker rond te krijgen is vanwege de zware kabels die nodig zijn en de aansluiting op een onderstation. Zonnevelden tot circa 2 hectare passen op de midden-spanning (die kabels liggen door he hele buitengebied) en hebben minder zware kabels nodig, waardoor de businesscase beter kan uitvallen. Om deze projecten te realiseren is de betrokkenheid van een groot aantal partijen noodzakelijk.
  • Het realiseren van versnipperde en kleinschalige zonnevelden in deze variant kan leiden tot aantasting van landschappelijke kwaliteiten in het gebied. Om dit te voorkomen is een centrale (gebieds-)regie op de ontwikkeling van zonnevelden nodig.
  • Deze variant leunt relatief sterk op zonne-energie. Dit heeft nadelen voor de netinfrastructuur.

Benodigde beleidsinspanning

  • Deze variant leunt zwaar op de inspanning van eigenaren en gebruikers van bedrijfsterreinen en bedrijfspanden. Voor deze doelgroepen moet een eenvoudig, stimulerend en financieel aantrekkelijk model worden ontwikkeld dat hen verleidt of prikkelt tot initiatief. Deels is dit nationale wet- en regelgeving en deels kan dit door de provincie en gemeenten gestimuleerd worden.
  • Agrarische bedrijven die willen stoppen of juist willen transformeren, moeten een eenvoudige ruimtelijke procedure kunnen volgen waarbij zij een zonneveld mogen ontwikkelen. Dit als financiĆ«le motor voor de versnelling van de landbouwtransitie. Om dit te realiseren is een aanpassing van gemeentelijk ruimtelijk beleid nodig. Ook moet er een logische tariefstelling/prijsopbouw zijn voor zowel grote als kleine bedrijven, zodat zelf energie opwekken voor elk bedrijf rendabel is.
  • Gebiedsregie is nodig om verrommeling van het landschap te voorkomen. Deze verrommeling of transformatie tot energiecluster kan ontstaan wanneer in een gebied veel agrarische bedrijven stoppen en zonnevelden willen ontwikkelen.
  • Het windcluster langs de A28 bij het Nuldernauw tussen Ermelo en Putten ligt in een gebied dat op dit moment nog beschermd weidevogelgebied is. Hierdoor is het plaatsen van windturbines daar op dit moment niet realiseerbaar. Echter, de aanduiding van dit gebied als beschermd weidevogelgebied verdwijnt waarschijnlijk in de toekomst. Dit laatste wordt op ambtelijk niveau voorbereid en wordt naar verwachting door Gedeputeerde en Provinciale Staten vastgesteld.